Gezonde voeding: niet enkel een taak voor het onderwijs

Door Miranda Van Eetvelde op 16 december 2016, over deze onderwerpen: Cultuur - Jeugd, Onderwijs, Economie

Binnenkort zijn er geen frisdranken of snoep meer te verkrijgen op de Vlaamse scholen. De voedingsindustrie en verschillende onderwijskoepels bereikten daarover eind november een akkoord. Het voorstel kadert in de gezondheidsconferentie die dit weekend in Gent zal plaatsvinden. Binnen vijf jaar zijn alle scholen suiker- en frisdrankvrij, en daar kiezen ze zelf voor. In de plaats komen gezonde alternatieven.

Het aanpakken van frisdrankautomaten is een initiatief met goede intenties en mooie bedoelingen. Maar wij willen daar toch graag enkele bedenkingen bij plaatsen. Dat er iets moet gedaan worden in de strijd tegen obesitas, daar is iedereen het over eens. Wereldwijd kampen anderhalf miljard personen met overgewicht. In ons land is één op de twee mensen te dik. Eén op de vijf van onze tien- en elfjarigen kampt met overgewicht.  Zes procent daarvan lijdt zelfs aan extreem overgewicht. Uit de gezondheidsenquête die 10 000 mensen systematisch bevraagt, blijkt de gemiddelde, volwassen Belg te dik met een BMI van 25,4. De problematiek neemt almaar grotere proporties aan, in absolute aantallen en ook naar patiëntengroepen; overgewicht en obesitas komen op steeds jongere leeftijd voor. Hoog tijd dus om hier iets aan te doen.

Dat het onderwijs hierin het voortouw neemt, lijkt voor onze fractie een logische keuze. Maar het mag geen exclusieve verantwoordelijkheid zijn van onze scholen. Kinderen en jongeren worden gevormd en in zekere mate opgevoed door het onderwijs, dat klopt. Maar ook andere beleidsdomeinen zoals sport, welzijn en armoede hebben hier een enorme rol in te spelen. En de belangrijkste opvoeders mogen we zeker niet vergeten: de ouders. Een gezonde opvoeding met voldoende ruimte voor beweging wordt hoofdzakelijk gestimuleerd van thuis uit. Het onderwijs mag nog zo veel inspanningen leveren als het wil, als de ouders niet mee helpen om de juiste reflex te doen ontstaan bij hun kinderen zal het project niet werken.

Onze fractie pleit dus voor een intense samenwerking: ouders, scholen maar ook andere domeinen en actoren moeten samenwerken en zorgen voor een coherente aanpak. Op die manier kunnen we met het beleid zorgen voor een duwtje in de gezonde richting.

Daarnaast moeten we ons ook durven de vraag stellen hoe ver we mogen en moeten gaan in een modern gezondheidsbeleid? Anderzijds kan het overaanbod aan goedbedoelde reclame voor gezonde producten de balans naar de andere kant laten overslaan. Nu al vinden heel wat Vlaamse kinderen zichzelf te dik. 1 op de 3 kinderen denkt er zelfs aan om op dieet te gaan terwijl dat helemaal niet nodig is.

Wij pleiten geenszins voor een vrijgeleide voor frisdranken, snoep en ongezond eten. Er moet wel degelijk werk gemaakt worden van een gezondheidsbeleid. Kinderen en volwassenen mogen tegenwoordig niet meer “zondigen”. Het woord zegt het zelf. Het is zo verweven geraakt met voeding dat we de indruk krijgen dat weinig nog is toegelaten. Als consument weet je niet meer wat eerst te kiezen om gezond bezig te zijn.

Wij pleiten voor een realistisch gezondheidsbeleid. Een beleid dat moet zorgen voor een aanpak op maat voor alle lagen van de bevolking maar zeker voor onze kinderen. We moeten er echter voor waken dat we toch de nodige vrijheid blijven garanderen. Als consument moeten we nog steeds de keuze hebben, maar de gezonde keuze moet de evidente keuze worden. 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is