Begrotingscijfers arbeidsmarktbeleid gebaseerd op drijfzand

Door Miranda Van Eetvelde op 2 februari 2012, over deze onderwerpen: Economie, Werken

De effecten van de arbeidsmarktmaatregelen zijn onderbouwd met absurde cijfers. Hoewel dit zeer duidelijk is, ontkent minister van Werk De Coninck het zonlicht. Tijd om bij de begrotingscontrole het huiswerk opnieuw te doen.

De flaters met de koninklijke dotaties en de ministeriële lonen waren maar een klein voorsmaakje van wat de nieuwbakken regering ons voorschotelde; een begroting die langs alle kanten rammelt. Vooral wat het arbeidsmarktbeleid betreft, is de conclusie staalhard: de kloof tussen de geraamde besparing en de werkelijke besparing bedraagt soms meer dan 90 procent! Dit toont aan dat het niet louter gaat om 'een foutje in de tabellen' of een verkeerde inschatting, maar om moedwillig gebruik van onrealistische en foutieve cijfers om de begroting op te smukken. Deze harde analyse is niet enkel afkomstig van onze partij, maar ook van een onafhankelijke instantie, het Rekenhof. Deze instelling concludeerde recent dat de impact van de maatregelen ruimschoots overschat werd. We zetten alles even op een rijtje.

Beroepsinschakelingsuitkering, werkloosheidsverzekering en anciënniteitstoeslag

De beroepsinschakelingsuitkering? De hervorming zou in 2012 een besparingseffect van 131 miljoen genereren, het Rekenhof houdt het op 13,5 miljoen. Dat is dus bijna tienmaal te hoog geraamd. De regering schuwde geen ‘creatieve’ berekeningen. De verlenging van de wachttijd zou 81 miljoen moeten opleveren, maar aangezien de impact van de maatregel in 2012 beperkt blijft tot drie maanden, bedraagt de reële besparing slechts 13,5 miljoen (zesmaal te hoog geraamd).
Maar het kan nog straffer. De beperking in de tijd tot drie jaar zou voor 2012 een besparing van vijftig miljoen inhouden, terwijl deze maatregel logischerwijze pas effect kan hebben vanaf 2015. Men neemt besparingen in rekening die zelfs niet kúnnen plaatsvinden.

De hervorming van de werkloosheidsverzekering? De regering raamt het gezamenlijke besparingseffect van drie maatregelen (verhoogde degressiviteit, verhoogde beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt en verstrengde voorwaarden voor passende dienstbetrekking) voor dit jaar op 116 miljoen. De maatregelen werden niet apart begroot, wat op zich al een gebrek aan transparantie inhoudt. Het is bijgevolg onduidelijk hoe groot de reële besparing zal zijn, maar het is wel duidelijk dat die vele malen lager zal liggen dan het geraamde bedrag. Daarvoor volstaat een simpele berekening. De versterkte degressiviteit levert volgens het Rekenhof slechts 22,6 miljoen op. De verhoogde beschikbaarheid niets, aangezien deze pas in 2013 in werking treedt. Dat betekent dat de overige 93,4 miljoen bijna integraal moet voortkomen uit de verstrengde voorwaarden voor de passende de dienstbetrekking, wat uiteraard absurd is.

Als afsluiter, de anciënniteitstoeslag? De maatregel wordt voor 2012 geschat op 7,5 miljoen, het Rekenhof houdt het op een reële besparing van slechts 150 000 euro. Dat is dus een vijftigste van de raming. Dit onder meer omdat de regering de maatregel voor een volledig jaar meerekent, terwijl die pas in juni in werking treedt… Overschatting? Neen, alweer moedwillig gebruik van onrealistische en foutieve cijfers.

De Coninck: niets aan de hand …

Ik heb Minister De Coninck tijdens de voorstelling van haar beleidsnota hierover dan ook grondig op de rooster gelegd. Erkent ze deze cijfermatige analyse? Hoe verklaart ze overschattingen tot 5 000 procent? Hoe verklaart ze een opbrengst van 50 miljoen in 2012, terwijl de maatregel pas effect kan hebben in 2015? Waarom werden bepaalde maatregelen niet apart begroot? Kan ze een geraamd bedrag per maatregel geven?

Dit is een greep uit de vragen die ik haar in de commissie Sociale Zaken stelde, en waar je dus een sterk onderbouwd antwoord op verwacht. Wat volgde echter? 'De bedragen van de regering kloppen wél, het Rekenhof heeft er geen rekening mee gehouden dat we die maatregelen dit jaar al toepassen.' Los van het feit dat dit een bedroevend kort antwoord is, is haar bewering manifest onjuist. En dat blijkt uit wat ik hierboven reeds schreef. De regering schrijft net opbrengsten in de begroting die niet enkel zwaar overschat zijn, maar die ook niet kunnen plaatsvinden, net omdát enkele maatregelen nog niet direct in werking treden. Ik hecht bovendien meer waarde aan de berekeningen van het Rekenhof, aangezien deze gebaseerd zijn op meer betrouwbare cijfers van de RVA, de dienst die de betrokken programma’s in de praktijk beheert.

Conclusie? Een start in mineur voor de nieuwbakken minister. Het is dus uitkijken naar haar tweede zit, bij de begrotingscontrole in februari. Haar reactie in de commissie doet echter vermoeden dat van een bijsturing van de cijfers in meer realistische zin niets in huis zal komen en de begroting verder op drijfzand zal gebaseerd zijn.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is