De aankondigingspolitiek van minister De Coninck

Door Miranda Van Eetvelde op 26 augustus 2013, over deze onderwerpen: Werken

Monica De Coninck is ondertussen bijna twee jaar minister van Werk. Een goed moment om haar beleid inzake enkele sociale thema’s onder de loep te nemen. In welke mate realiseerde ze de groots aangekondigde hervormingen inzake het ouderschapsverlof, loopbaanonderbreking en tijdskrediet? Een doorlichting toont aan dat De Coninck in de eerste plaats een aankondigingsbeleid voert, waarbij de effectieve uitvoering lang achterwege blijft. Met rechtsonzekerheid voor werknemers en organisatorische problemen voor werkgevers tot gevolg.

Ouderschapsverlof
23 maart 2012: minister De Coninck kondigt met grote trom aan dat het ouderschapsverlof van 3 naar 4 maanden wordt uitgebreid. Vele ouders zijn uiteraard verheugd met dit goede nieuws en rekenen erop daar gebruik van te kunnen maken. De minister ‘vergat’ er evenwel bij te vertellen dat deze uitbreiding niet voor iedereen geldt. Enkel werknemers uit de privésector en de lokale besturen kwamen in aanmerking. 

Voor de werknemers uit de publieke sector en het onderwijs werd geen regeling voorzien. Reden? Voor hen moesten enkele koninklijke besluiten worden gewijzigd en dat was nog niet gebeurd…

Nochtans moest België al tegen 8 maart van dat jaar voorzien in deze uitbreiding voor àlle werknemers. Uiteindelijk zou deze groep mensen, meer dan 700.000 werknemers,  hier nog enkele maanden op moeten wachten. Hoewel de deadline van deze Europese Richtlijn al 2 jaar bekend was, slaagde men er niet in een tijdige regeling voor elke werknemer uit te werken. Bijgevolg hebben heel wat werknemers hun recht op die extra maand ouderschapsverlof verloren. Bovendien is ondertussen ook gebleken dat zelfs anderhalf jaar na de Europese deadline de personeelsleden van buitenlandse ambassades tot op heden nog altijd geen recht hebben op de vierde maand ouderschapsverlof. Faut le faire!

De minister had echter lessen kunnen trekken uit het verleden: een gelijkaardig scenario deed zich reeds voor toen beslist werd de leeftijdsgrens om ouderschapsverlof te kunnen opnemen, werd opgetrokken van 6 naar 12 jaar. Ook toen werden werknemers uit de publieke sector en het onderwijs stiefmoederlijk behandeld: zij moesten nog een jaar wachten op gelijke rechten. Daarbij hebben heel wat mensen ongetwijfeld hun recht op ouderschapsverlof verloren. 

Tijdskrediet en loopbaanonderbreking
Dat een dergelijke werkwijze symptomatisch is voor het beleid dat de minister van werk voert, wordt ook duidelijk als we de groots aangekondigde hervormingen inzake de stelsels van tijdskrediet (privésector) en loopbaanonderbreking (publieke sector) onder de loep nemen. Zo bedraagt de leeftijdsgrens voor deeltijdse loopbaanonderbreking tot aan de pensioenleeftijd sinds 1 september 2012 55 in plaats van 50 jaar. Als overgangsmaatregel werd evenwel bepaald dat de leeftijdsgrens op 50 jaar blijft indien de ambtenaar de jaren voordien een zwaar beroep uitoefende. Dit beroep moet vermeld staan op een koninklijk besluit.Een koninklijk besluit dat er tot op heden - bijna 1 jaar nadat de wet werd goedgekeurd - nog steeds niet is. Dit leidt tot rechtsonzekerheid of zelfs verlies van rechten voor de werknemers en tot organisatorische problemen voor werkgevers.  

Bovendien is er van de groots aangekondigde gelijkschakeling van de stelsels van tijdskrediet en loopbaanonderbreking nog steeds geen sprake. Eind 2012 werd gecommuniceerd dat de voorwaarden om loopbaanonderbreking te nemen, net zoals dat voor het tijdskrediet het geval is, verstrengd zouden worden. Gedaan met de gulle verlofperiodes om een wereldreis te maken. Voortaan zou men slechts meer dan 1 jaar kunnen opnemen indien dit ingegeven wordt door bijvoorbeeld de zorg voor een ziek familielid. De hervorming werd voorgesteld als een voldongen feit, terwijl het tot op heden oorverdovend stil blijft.

Aankondigingsbeleid
Bovenstaande voorbeelden tonen duidelijk aan dat er één rode draad loopt door het ‘sociaal’ beleid van minister De Coninck: een aankondigingspolitiek waarbij de effectieve uitvoering maanden of zelfs jaren op zich laat wachten. Dit is bijzonder problematisch omdat het honderdduizenden hardwerkende mensen treft. Het leidt in het beste geval tot rechtsonzekerheid, in het slechtste geval tot verlies van rechten. Ook werkgevers, die al zwaar genoeg worden getroffen door deze regering, zijn hiervan de dupe: voor hen zorgt dit voor grote onduidelijkheid en organisatorische problemen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is