Lokaal jeugdbeleid verdient blijvende aandacht

Door Miranda Van Eetvelde op 1 februari 2019, over deze onderwerpen: Cultuur - Jeugd

Het lokale beleid heeft de afgelopen jaren immers heel wat veranderingen doorstaan, niet enkel op het vlak van jeugd. De afgelopen jaren is men volop bezig geweest om deze veranderingen voldoende te monitoren om te verzekeren dat het lokale niveau aandacht schenkt aan het jeugdbeleid. Miranda Van Eetvelde stelde in de commissie Jeugd van het Vlaams Parlement een vraag om uitleg over een stand van zaken van deze monitoring.

In het begin van de legislatuur besliste de Vlaamse Regering om meer taken en verantwoordelijkheden toe te kennen aan de lokale besturen. Belangrijk daarbij is dat ze voldoende autonomie en beslissingsruimte kregen. Er werd meer vrijheid geschonken vanuit Vlaanderen zodat de lokale entiteiten op hun eigen tempo hun prioriteiten konden plannen. De sectorale subsidies, onder andere van het lokale jeugdbeleid, werden toegekend aan het Gemeentefonds.

Om deze evoluties in de gaten te houden, werd ook beslist om alles navenant te monitoren. Zo werden de nul- en eenmeting uitgevoerd, respectievelijk in 2014 en in 2017. Uit de resultaten van de eenmeting kwamen enkele opvallende elementen naar boven.

Zo bleek dat de gemeenten in het algemeen tevreden zijn over de integratie van het jeugdbeleid in het nieuwe strategisch meerjarenplan. Belangrijk was dat er een lichte planlastvermindering zou zijn. Anderzijds was het wel zo dat het strategisch meerjarenplan minder zichtbaar, concreet en onderbouwd was dan zijn voorganger. Toch had dit geen invloed op de mate van politieke aandacht voor het jeugdbeleid. Andere elementen, zoals een nieuwe schepen van Jeugd of het label kindvriendelijke steden en gemeenten, zorgden voor een veel grotere verschuiving van de politieke aandacht. Ten slotte was het ook opvallend dat de lokale jeugdraad aan belang moest inboeten. Net zoals andere adviesraden is hun rol verkleind en klinkt hun stem minder luid.

Op 9 januari 2019 bracht de Vlaamse Jeugdraad een advies uit over de toekomst van het lokale jeugdbeleid. Dit kwam er omdat zij, na de veranderingen in de huidige legislatuur, een stand van zaken wilden opmaken en enkele adviespunten voor de toekomst wilden meegeven. Zo vragen ze onder andere meer verankering van de participatie van kinderen en jongeren, een degelijke en kwaliteitsvolle monitoring van het lokale jeugdbeleid en een oproep tot meer investeringen in het jeugdwerk over alle beleidsdomeinen heen.

Vlaams Parlementslid Miranda Van Eetvelde bevroeg minister Gatz over de monitoring van het lokaal jeugdbeleid en het bijhorende advies van de Vlaamse jeugdraad. Uit het antwoord van de minister bleek dat er momenteel al heel wat zaken aan de gang zijn. Zo bestaan er reeds de eerder genoemde nul- en eenmeting, de cijferboeken en ook de lokale vrijetijdsmonitor. Daarnaast wordt er de komende weken de opdracht gegeven voor een tweemeting, die zal plaatsvinden in 2020. Verder is er het project ‘Basismonitoring’ van het departement Jeugd dat bijkomende informatie moet opleveren. 

Miranda Van Eetvelde is tevreden dat er op dit moment al zoveel gebeurd maar plaatst tegelijkertijd ook enkele kanttekeningen: "De vrijetijdsmonitor geeft een deel van het antwoord maar er is geen overzicht van alle gemeenten. 232 van de 308 gemeenten hebben deelgenomen. Het geeft alleszins al een eerste indruk voor de gemeenten. Daarom denk ik dat het belangrijk is dat al die meetinstrumenten – de vrijetijdsmonitor, de een- en tweemeting, en de jeugdmonitor – op elkaar afgestemd worden, zodat we in de toekomst een goede analyse en een volledig beeld kunnen hebben van de samenwerking ertussen. De cijfers zijn enorm belangrijk maar ze moeten natuurlijk wel overzichtelijk zijn zodat we ze kunnen vergelijken.  Maar vanuit het lokale beleid worden er toch al heel wat inspanningen gedaan, samen met de jeugdsector. Dat stemt me hoopvol."

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is