Minister van Financiën breidt vrijstelling van btw voor jeugdhuizen uit

Door Miranda Van Eetvelde op 16 december 2015, over deze onderwerpen: Cultuur - Jeugd

Een maand geleden kondigde de minister van Financiën en Fraudebestrijding aan dat jeugdhuizen zich in regel dienden te stellen met de Europese richtlijnen inzake btw.  Die richtlijnen en de interpretatie door het Europees Hof zeggen immers duidelijk dat de vrijstelling van btw waarop jeugdhuizen zich kunnen beroepen gelinkt moet zijn aan de bescherming van kinderen en jongeren. Hoewel het uitbaten van een drankgelegenheid een waardevolle sociale activiteit kan zijn, valt dit dus niet onder die bepaling. Bovendien zegt het Europees Hof dat handelingen die worden verricht in rechtstreekse mededinging t.o.v. commerciële ondernemingen die wél btw-plichtig zijn, uitgesloten moeten worden.

De minister van Financiën kondigde dus een pragmatische oplossing aan via een administratieve richtlijn die jeugdhuizen enerzijds zou onderwerpen aan de btw-plicht, maar anderzijds ook een plafond voorzag waaronder jeugdhuizen zouden kunnen genieten van een vrijstelling. (50.000 euro omzet per jaar).  Die vrijstelling zou reeds veel ruimer –dubbel zo groot- zijn dan voor ondernemingen of andere verenigingen (25.000 euro)

Vanuit de sector kwamen er de afgelopen weken heel wat reacties en acties. Hoewel deze maatregel enkel het zich in regel stellen met Europese richtlijnen betreft, en hoewel alle betrokken partijen al geruime tijd daarvan op de hoogte zijn, wil de minister van Financiën rekening houden met de bezorgdheden  van de jeugdhuissector.

Minister van Financiën Van Overtveldt :  “Het plafond voor de vrijstelling van btw zal opgetrokken worden van de voorziene 50.000 euro omzet naar 80.000.  Ik heb de signalen van de jeugdhuizen gehoord, en ik begrijp ze.  Het optrekken van het plafond is de maximaal mogelijke tegemoetkoming die ik kan doen.  Verder kunnen we niet gaan, dat zou tegen de Europese regels zijn." 

De jeugdhuizen krijgen hiermee een vrijstelling die veel groter is dan die voor ondernemingen of andere verenigingen.  (plafond van 25.000 euro omzet).  Het optrekken van het plafond houdt in dat +/- 20% van de jeugdhuizen onder de btw-plicht zullen vallen. Daarmee wordt er zowel aan de Europese eisen als aan de verzuchtingen van de sector tegemoet gekomen.

Tenslotte mag er op gewezen worden dat de onderwerping aan btw ook voordelen kan hebben voor jeugdhuizen, bijvoorbeeld bij bouwwerken.  Jeugdhuizen die btw-plichtig zijn mogen uiteraard de  aangerekende btw voortaan volgens de normale regels in aftrek brengen (neutraal karakter van de btw). De minister benadrukt tenslotte dat de administratie in de aanvangsperiode de nodige soepelheid aan de dag zal leggen voor jeugdhuizen die btw-plichtig worden.

Miranda Van Eetvelde (N-VA), Vlaams parlementslid en lid van de commissie Jeugd in het Vlaams Parlement, is tevreden met de beslissing van federaal Minister van Financiën Van Overtveldt. “Binnen de N-VA en in overleg met de sector waren we al geruime tijd bezig met het overwegen van verschillende opties. Pas recent beschikten wij over de gegevens die ons toelaten de gevolgen voor de sector in te schatten.

Van Eetvelde is dan ook zeer blij met deze beslissing om het plafond voor jeugdhuizen om 80.000 euro te leggen. “Dat is  een goed evenwicht waarbij we zowel de Europese regels respecteren als de jeugdhuizen de nodige ademruimte geven. Vergeten we niet dat jeugdhuizen één van de steunpilaren zijn van het levende Vlaanderen, van het Vlaamse gemeenschapsleven. Met deze beslissing zorgen we voor de nodige rechtszekerheid en leef baarheid van de jeugdsector, zeker voor de kleine en middelgrote jeugdhuizen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is