Prijsverhoging van de dienstencheque: de werkende Vlaming voelt zich bekocht!

Door Miranda Van Eetvelde op 28 juni 2012, over deze onderwerpen: Economie, Werken, Zesde staatshervorming, Economie, Werken, Zesde staatshervorming, Economie, Werken, Zesde staatshervorming

Vijf uurtjes lang komt elke week een poetsvrouw mijn huis schoonmaken. Dat gaat mij binnenkort elke week vijf euro extra kosten: twintig euro per maand dus, 240 euro per jaar. Dat komt omdat de regering-Di Rupo besliste om fundamenteel in te grijpen in het stelsel van de dienstencheques en de prijs te verhogen van 7,5 euro naar 8,5 euro per cheque! Als moeder in een tweeverdienersgezin voel ik me door die ingreep koud gepakt.

Want daarvoor was de invoering van de dienstencheques in 2000 toch bedoeld: om de combinatie werk/gezin te vergemakkelijken. Mooi meegenomen voor de overheid was dat op die manier ook het zwartwerk zou kunnen worden teruggedrongen en meer mensen, vaak laaggeschoolden, aan de slag zouden worden geholpen. Als blijkt dat we erin geslaagd zijn de arbeidsdeelname voor mannen én vrouwen in de ‘drukke leeftijd‘ tussen 30 en 50 jaar  te verhogen, dan is dat, onder meer, de verdienste van het stelsel van dienstencheques. Daar ben ik van overtuigd. Vrouwen én mannen toelaten de betaalde arbeid te combineren met de zorgtaken in hun gezin, dàt is de grote verdienste van de dienstencheque. Mooi meegenomen:  die gezinnen zorgen op die manier ook voor het noodzakelijke draagvlak én de basis voor onze sociale zekerheid, en dus voor onze welvaartsstaat. En nu komt minister De Coninck (sp.a), alweer,  op de proppen met een belangrijke ingreep in een stelsel waarvan de regionalisering afgesproken werd. Want ik dacht dat in het befaamde Vlinderakkoord van Di Rupo afgesproken was om het stelsel volledig te regionaliseren, zodat wij in Vlaanderen een beleid op maat zouden kunnen voeren.

Nieuwe lasten voor wie werkt
De N-VA verzet zich met klem tegen elke federale voorafname op de staatshervorming, zeker als deze een nieuwe last op de werkende mensen legt. Want daar komt het op neer: in plaats van werk te maken van een snelle overheveling naar de deelstaten, probeert de regering-Di Rupo nog vlug vlug  haar budgettaire moeilijkheden af te wentelen op de tweeverdieners en alleenstaanden. Op een ogenblik dat de federale regering beweert dringend werk te willen maken van meer groei en jobs, neemt ze in de praktijk een maatregel die het tweeverdieners nog moeilijker zal maken betaalde arbeid te combineren met de zorg voor het gezin en de gezinsleden.

Of is de prijsverhoging dan gewoon een ‘simpele’ indexering, zoals minister De Coninck beweert? Natuurlijk niet. De prijsverhoging van 13 procent levert de federale regering een besparing op van 97 miljoen euro op jaarbasis, of  7 procent van het totale budget voor de dienstencheques. Dat staat in schril contrast met de besparing die de aangekondigde, maar wel beperkte ingrepen in het stelsel van de werkloosheid en het brugpensioen opleveren: 1 procent van het totale budget van deze stelsels. In plaats van te besparen op uitkeringsstelsels, verkiest deze regering om nieuwe lastenverzwaringen door te voeren op kap van de tweeverdieners en alleenstaanden. Dat is een keuze die de N-VA resoluut afwijst.

Op de genoemde bevoegdheidsdomeinen moet van de regering-Di Rupo niets meer verwacht worden; enkel een snelle overheveling van het arbeidsmarktbeleid naar de deelstaten kan nog een oplossing bieden. Ik reken erop, samen met de zo vele werkende Vlamingen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is