Taboe mag stilaan wel sneuvelen

Door Miranda Van Eetvelde op 28 september 2011, over deze onderwerpen: Activering, Uitkeringen, Werk zoeken en werkloosheid, Werken

Een peiling van La Libre Belgique en RTL heeft uitgewezen dat er een ruim maatschappelijk draagvlak bestaat voor een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. De politiek moet nu maar volgen. Jammer genoeg heeft ze deze trein gemist, alweer.

Een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen vormt in België al decennialang een politiek taboe. Hoewel België het enige land is dat eeuwigdurende uitkeringen toekent, wordt het in twijfel trekken ervan steevast afgedaan als een hardvochtige daad van sociale afbraak. Terwijl  in andere landen de discussie woedt over de exacte duurtijd ervan (meestal korter), is het bij ons onbegonnen werk dit nog maar te opperen.

De recente peiling in Franstalig België toont echter aan dat de geesten ondertussen voldoende gerijpt zijn, en niet enkel in Vlaanderen. Maar liefst 66 % van alle Belgen blijkt voorstander. In Vlaanderen loopt dat percentage op tot maar liefst 72 %, maar ook in Wallonië (56 %) en Brussel (64 %) vindt men een meerderheid. Nu het maatschappelijk draagvlak duidelijk aanwezig is, moet de politiek volgen. Want een dergelijke beperking in de tijd is helemaal geen asociale maatregel, louter bedoeld om werklozen op te jagen, zoals men wel eens wil doen geloven.

Zelfde sociale transfer, meer activering

De maximale duur van de werkloosheidsuitkeringen is overal in Europa beperkt, op uitzondering van België uiteraard. Die bedraagt 3 jaar en 2 maanden in Nederland en in andere landen tussen de 5 maanden en 2,5 jaar. Dit leidt in vergelijkbare economieën als België tot minder werklozen en minder inactieven in de arbeidsleeftijd.

Het positieve effect van een beperking in de duurtijd op de uitstroom naar werk werd dan ook al meermaals aangetoond in verscheidene studies van zowel internationale organisaties als denktanks. Het werd aangetoond dat hoe langer werklozen in hun werkloosheidssituatie verblijven, hoe minder inspanningen er van hen worden verwacht. Wanneer de uitkeringen onbeperkt zijn in de tijd, neemt het zoekgedrag van de werklozen af. Daarom is het raadzaam de uitkeringen te beperken in de tijd en de degressiviteit ervan te verhogen. Hierdoor ontstaat een grotere prikkel om sneller aan het werk te gaan.

Dit betekent niet dat werklozen aan hun lot worden overgelaten. De vrijgemaakte budgettaire ruimte kan aangewend worden om de uitkering in een eerste fase te verhogen, waardoor werklozen een sterkere financiële bescherming krijgen in de periode van inactiviteit. Tegelijk wordt verwacht dat voldoende inspanningen worden geleverd om een job te vinden en, indien nodig, bijkomende opleidingen te volgen. De werkloze zal daarbij intensief begeleid en gecontroleerd worden. Met een beperktere sociale transfer wordt aldus een grotere stimulans geboden om actief op zoek te gaan naar werk. Dit komt de individuele situatie van de mensen ten goede, alsook ons sociaalzekerheidsstelsel en economisch bestel.

Politiek volgt niet

Zal de huidige onderhandelingsploeg dit politieke taboe dan eindelijk doen sneuvelen? Neen, integendeel. Als de nota-Di Rupo wordt omgezet in een regeerakkoord, zal van een beperking in duurtijd geen sprake zijn. Wel wordt voorzien in een zogenaamd verhoogde degressiviteit van de uitkeringen. Het voorstel dat voorligt, doet echter vermoeden dat het om een luchtkasteel gaat. De uitkeringen zullen eerst stijgen en daarna zeer geleidelijk dalen. Het blijft echter onduidelijk of er een punt komt waarop de uitkering lager zal zijn dan vandaag het geval is, en zo ja, hoe lang het duurt eer dat punt bereikt wordt. De kostprijs van het stelsel dreigt dus verder toe te nemen in plaats van af te nemen.

Alwéér de trein gemist, en dat in tijden waarin structurele hervormingen op sociaal-economisch vlak noodzakelijk zijn.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is